Achtergrond informatie

Bouwen met Mensen werkt vanuit de behoefte van de opdrachtgever om leef en woonomgeving duurzaam vorm te geven. En wel duurzaam volgens het beeld van de opdrachtgever. Het beeld van de opdrachtgever wordt mede gevormd door begeleiding en advies door Bouwen met Mensen. Dit doen we op de volgende vlakken:

Sociale duurzaamheid: Bij sociale duurzaamheid gaat het over de mate waarin de mens zich thuis kan voelen, zowel in huis als in de (directe) omgeving. Sociale duurzaamheid wordt bereikt als de mens graag thuis is, maar ook graag buiten komt en gestimuleerd wordt op een positieve wijze elkaar in de buurt te ontmoeten. De opdrachtgever bepaalt óf en in welke mate dit aan de orde is.

Materiële duurzaamheid: Op de eerste plaats gaat het hierbij om in welke mate het huis voldoet aan de verwachtingen van de bewoner. Aspecten die hierbij aan bod kunnen komen zijn: gezondheid van de bewoner, belasting voor het milieu bij bouwen, gebruik en bij sloop, mate van voorzieningen en installaties, belevingswaarde, geluid (geluidsisolatie), warmte-isolatie, licht etc.. Uitgangspunt voor Bouwen met Mensen is dat de woning de gezondheid van de bewoner ten goede komt en het milieu niet meer dan nodig wordt belast. In samenspraak met de klant wordt vastgesteld wat dit betekent, vooral ook rekening houdend met wensen en beschikbare budgetten van de opdrachtgever.

Financiële duurzaamheid: Dit aspect kent twee kanten: in de eerste plaats betreft het de ontwikkeling van de woningen en in de tweede plaats het gebruik (het bezit) er van. Financieel duurzaam wil zeggen dat er een ‘gezonde’ balans is tussen verantwoordelijkheden, inspanningen en verdiensten bij de bouwvoorbereidingen en uitvoering. De bedoeling is dat er een faire verdeling is tussen deze aspecten. Dit tegenover de gangbare methodiek, waarbij de gemeente bepaald waar wat gebouwd mag worden en waar de projectontwikkelaar eigenaar van de grond is. De gemeente bepaalt de kwaliteit van wat er gebouwd moet worden (in breedste zin). De projectontwikkelaar heeft baat bij zoveel mogelijk winst en heeft er dus belang bij dat de kwaliteitseisen van de gemeente zo veel mogelijk worden teruggedrongen. De toekomstige bewoner heeft in dit traject niets in te brengen en mag in een ontwikkelde wijk een reeds ontworpen huis kopen of huren, waarbij er (zeer) beperkte mogelijkheden over blijven voor eigen keuzen. Wil er een gezonde balans komen dan betekent dat, dat bewoners al in een vroeg stadium worden betrokken en daarmee ook verantwoordelijkheid krijgen en (financieel) risico meedragen bij de ontwikkeling van een wijk, maar ook delen in de verdiensten, hetgeen reeds het geval is bij Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). Bij grotere projecten kan in het gebruik en bezit worden onderzocht of de woningen door een (onafhankelijke) stichting (onder een vereniging) beheerd kunnen worden en dat verdiensten aan de woningen door prijsstijgingen de hele gemeenschap ten goede komen. In deze constructie kunnen woningen nog wel gekocht worden (en gehuurd), maar met verkoopverplichtingen aan de stichting. Dit vraagt nog verder uitwerking, voordat dit waterdicht en duurzaam kan worden uitgevoerd. Uiteraard is de mens volledig vrij om al of niet aan en dergelijke constructie mee te willen werken. Financiële duurzaamheid wordt bereikt als bij (nieuw)bouw de verantwoordelijkheden, bevoegdheden, kosten en verdiensten op een eerlijke wijze worden verdeeld over alle betrokken partijen, inclusief de toekomstige bewoners. Dat vraagt vooral van toekomstige bewoners in hoge mate een vernieuwing van betrokkenheid en inzet, alsmede medeverantwoordelijkheid t.o.v. de reguliere bouw, maar ook van de gemeenten, die een deel van hun invloed en macht hierbij moeten uitbesteden en delen met toekomstige bewoners. Daarnaast wordt deze financiële duurzaamheid bereikt als tijdens het gebruik de kosten en baten op een voor de gemeenschap goede wijze is geregeld zonder op onredelijke wijze afbreuk te doen aan de individuele belangen en vrijheid van de bewoners.

Esthetische duurzaamheid: Bij esthetische duurzaamheid gaat het er om of de bouwwerken en hun omgeving zo zijn vormgegeven dat ze ook op langere termijn hun aantrekkelijkheid niet verliezen of dat de woning en omgeving kan meegroeien naar de behoefte in de tijd, zonder dat er esthetisch op wordt ingeboet of zelfs kan worden verbeterd. Esthetische duurzaamheid wordt bereikt als de bouwwerken en de daarbij behorende omgeving aantrekkelijk zijn en blijven zonder aanstootgevend te worden en dat deze zo is opgezet dat bij een ‘natuurlijke’ groei het esthetische niveau blijft behouden of bij voorkeur zelfs mee groeit. Dit vraagt een grote verantwoordelijkheid, kennis en inzicht van betrokken partijen, zoals gemeente, stedenbouwer, architect en beoogde bewoners.

Sociaalorganische architectuur: In de architectuur is de organische vorm, kortweg de organische architectuur, bekend. Het wil zoveel zeggen als het bouwen volgens menselijke maat. Bouwwerken waar mensen graag willen zijn in harmonie met hun omgeving. Kenmerkend voor die bouw zijn de natuurlijke vrije vormgeving en het gebruik van mens- en milieuvriendelijk materiaal. De sociaalorganische architectuur gaat nog een stap verder door ook het culturele en het sociale leven hierin te integreren. In de praktijk komt het er op neer dat in de sociaalorganische architectuur het culturele leven wordt verzorgd doordat er optimaal ruimte is voor de persoonlijk individuele ontwikkeling én voor de ontwikkeling van de groep. In het sociale leven wordt het proces van mensen onder elkaar verzorgt. Bij een goede verzorging van dit aspect ontstaat er een samenleven van betrokkenen die ruimte biedt aan het individuele, maar waar ook een belangrijk gezamenlijk leven ontstaat. Een goed voorbeeld van een dergelijk project is Het Ubuntuplein. Hiervoor wordt verwezen naar de referenties, alwaar informatie hierover te downloaden is (pdf formaat).