Kinderen van deze tijd

Kinderen in deze tijd, en hun vraag aan het onderwijs, de leerkracht en de opvoeding thuis

De leefwereld van het kind is enorm veranderd in de afgelopen decennia. De belevingswereld van het kind is echter hetzelfde gebleven. Met wat ze meebrengen, met de wil, is het ook anders. Veel meer is de vraag aan de leerkracht: wie ben je? Ben je congruent met wat je doet. Ze nemen de dingen niet klakkeloos voor waar aan. Ze doorzien meteen (het gebrek aan) authenticiteit en reageren er sterker op, b.v. door hun hakken in het zand te zetten: dit wil ik niet.

Hoe ga je ermee om, dat ze aan één kant zo gericht zijn op de concrete werkelijkheid, veel meer bewustzijn hebben, vragen oproepen die bijna als volwassen vragen zijn. Het zijn dringende, haast filosofische vragen. De valkuil is om bijna wetenschappelijk antwoord te geven over hoe iets in elkaar zit. Hoe kun je hieruit blijven en zorgen dat ze in hun fantasie blijven? Je moet ze dus ook een bedding geven, om bij al dat bewustzijn, tegelijkertijd ook kind te mogen zijn.

Ieder kind brengt vanuit een voorgeboortelijk bestaan zijn eigen opgaven, talenten en uitdagingen mee, waarmee het zich op aarde wil uiteenzetten en verwerkelijken. Met welke initiatieven het kind een bijdrage wil (gaan) leveren aan zijn eigen ontwikkeling en die van zijn medemens/ de samenleving ligt doorgaans nog onder een sluier verborgen. Rudolf Steiner spreekt in dat verband over het raadsel van het kind dat door de opvoeders, dagelijks, ja zelfs van uur tot uur ontsluierd dient te worden. Middels gesprekken met de ouders, de waarnemingen van het kind in de klas door de tijd heen en de kinderbespreking in de pedagogische vergadering probeert de leerkracht zich een beeld te vormen van de pedagogisch vraag en de diepere wil van het kind.

Pionierskinderen

In deze tijd zijn er meer en meer kinderen die zelf al op heel jonge leeftijd kenbaar maken wat hun taak op aarde is en waarom ze hier gekomen zijn (zie hiervoor o.a. het boek ´De levensopdracht van nieuwetijdskinderen – Wie ze zijn en wat ze ons leren´van Hans Stolp). Zij kunnen heel goed aangeven wat zij wel en wat zij niet willen (leren). Talander is bekend met dit fenomeen en wil dan ook binnen de lessen ruimte bieden voor de persoonlijke initiatieven en bijdragen van de kinderen. De leerkracht reikt de leerstof weliswaar als groot gebaar vanuit het leerplan aan, maar het eigenlijke lesverloop komt tot stand vanuit de ontmoeting en de interactie met de kinderen